ECLI:NL:CRVB:2011:BP2306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder sinds 1996. Naar aanleiding van een anonieme tip startte het College een onderzoek naar haar woonsituatie, waarbij werd vastgesteld dat zij samenwoonde met betrokkene en een gezamenlijke huishouding voerde. Dit leidde tot intrekking van de bijstand vanaf 1 juni 2007 en terugvordering over de periode van 1 februari 1998 tot en met 31 mei 2007.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Raad deze uitspraken, stellende dat de onderzoeksbevindingen voldoende grondslag boden voor het standpunt van het College. Ook werd geoordeeld dat het verblijf op een camping het hoofdverblijf in de woning niet uitsloot en dat wederzijdse zorg aanwezig was.
Appellante voerde ter zitting aan dat haar verklaringen niet gebruikt mochten worden omdat zij niet was gewezen op het recht op een advocaat, maar dit werd wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing gelaten. De Raad concludeerde dat appellante de inlichtingenplicht had geschonden en dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. Verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd en verzoeken om schadevergoeding afgewezen.