ECLI:NL:CRVB:2011:BP2235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht en overschrijding vermogensgrens
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB). Na een onderzoek in Turkije bleek dat zij eigenaar waren van een appartement met een waarde van €22.500, wat leidde tot overschrijding van de vermogensgrens. De Bestuurscommissie stelde de bijstand met ingang van 1 september 2007 opgeschort en later ingetrokken wegens het niet verstrekken van gevraagde gegevens binnen de gestelde termijnen.
Appellant diende bezwaar in tegen meerdere besluiten, waaronder niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding en de intrekking van bijstand. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep werd onder meer betwist dat het besluit tijdig was ontvangen en de waarde van het appartement.
De Raad oordeelde dat het besluit tijdig was verzonden en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. De intrekking was terecht omdat appellant het verzuim niet herstelde. De vermogensvrijlating voor de eigen woning was niet van toepassing op het appartement in Turkije. De getaxeerde waarde van het appartement werd als juist aangenomen, omdat appellant onvoldoende bewijs leverde voor een lagere waarde.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand wegens niet tijdig verstrekken van gegevens en overschrijding van de vermogensgrens.