ECLI:NL:CRVB:2011:BP1485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op ziekengeld en gevolgen te late werkgeversmelding
Appellante, werkzaam als keukenassistente, viel uit wegens zwangerschapsgerelateerde klachten en ontving aanvankelijk een Ziektewetuitkering. Na een periode van werkhervatting en vakantie meldde zij zich op 7 november 2005 opnieuw ziek. De werkgever deed de ziekmelding pas op 6 februari 2006, welke op 7 februari 2006 bij het UWV binnenkwam.
Het UWV wees een aanvraag voor ziekengeld op grond van de vangnetregeling af vanwege het ontbreken van een tijdige ziekmelding door de werkgever. De rechtbank oordeelde dat appellante vanaf 20 juli 2005 recht heeft op ziekengeld, maar dat de uitbetaling pas kan starten vanaf de datum van de ziekmelding door de werkgever, 7 februari 2006.
In hoger beroep betoogde appellante dat het ziekengeld eerder, vanaf 7 november 2005 of bij voorkeur 20 juli 2005, had moeten worden uitgekeerd. De Raad overwoog dat de werkgever al vóór 7 februari 2006 redelijkerwijs had kunnen weten dat er recht op ziekengeld bestond en dat de melding derhalve te laat was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld wordt erkend vanaf 20 juli 2005, maar uitbetaling vindt plaats vanaf 7 februari 2006 vanwege te late melding door de werkgever.