ECLI:NL:CRVB:2011:BP0996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering onverschuldigde WGA-uitkering
Appellante ontving een loongerelateerde WGA-uitkering vanaf 16 maart 2007. Het UWV herrekende deze uitkering in april 2009 naar aanleiding van door appellante opgegeven inkomsten uit arbeid en vorderde een bedrag van €541,57 terug als onverschuldigd betaalde uitkering.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde aan dat het UWV ten onrechte geen kosten van rechtsbijstand vergoedde, dat de herberekening onjuist was en dat haar eerdere zelfstandige inkomsten niet correct in mindering waren gebracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de kosten van rechtsbijstand geen steun vinden in de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht, mede vanwege de familierelatie met haar gemachtigde. Tevens werd geoordeeld dat het UWV de wettelijke bepalingen van de Wet WIA correct heeft toegepast en dat appellantes argument over zelfstandige inkomsten niet gegrond is.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 januari 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WGA-uitkering en wijst de gevorderde kosten van rechtsbijstand af.