ECLI:NL:CRVB:2010:BO9547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op niet-toekenning Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch waarin het beroep tegen het besluit van het UWV om niet terug te komen op de niet-toekenning van een Wajong-uitkering ongegrond werd verklaard. Het UWV had eerder geweigerd terug te komen op de niet-toekenning omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In hoger beroep heeft appellante verschillende gronden aangevoerd, waaronder de nietigheid van het oorspronkelijke besluit wegens minderjarigheid ten tijde van het medisch onderzoek, een onvolledig medisch dossier, een geschonden afspraak over een nieuwe aanvraag, en het niet afwachten van inlichtingen door de bezwaarverzekeringsarts. Tevens verzocht zij om benoeming van een onafhankelijke medisch deskundige.
De Raad oordeelt dat deze gronden geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden opleveren en dat deze kwesties reeds in eerdere procedures aan de orde hadden kunnen komen. De Raad wijst het verzoek om een deskundigenonderzoek af, conform vaste rechtspraak dat dit in beroep en hoger beroep niet plaatsvindt. De Raad bevestigt daarmee de aangevallen uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 december 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het UWV om terug te komen op de niet-toekenning van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.