ECLI:NL:CRVB:2010:BO9060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van procesrecht in bezwaar tegen korpsbeheerder
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch waarin zijn beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn bezwaar tegen een besluit van de korpsbeheerder van 2 december 1999.
De rechtbank had appellant tevens veroordeeld in de proceskosten vanwege misbruik van procesrecht, omdat appellant bleef volharden in het instellen van beroep over een onderwerp dat al meerdere malen door de rechtbank en de Raad was behandeld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat het standpunt van appellant dat er nog geen besluit is genomen niet juist is, omdat op het bezwaar reeds is beslist bij een beslissing van 18 oktober 2000. Het verzoek van appellant om de omschaling per 1 juli 1992 ongedaan te maken en om de gemachtigde van de korpsbeheerder te verplichten te reageren op brieven gaat buiten de omvang van het geding.
De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten van € 644,- wegens misbruik van procesrecht en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van procesrecht en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van € 644,-.