ECLI:NL:CRVB:2010:BO8959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- H.J. Simon
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WAO-uitkering wegens schending inlichtingenplicht en economische waarde werkzaamheden
Appellante was in bezwaar gegaan tegen besluiten van het UWV waarin haar WAO-uitkering werd ingetrokken en teruggevorderd wegens het verrichten van werkzaamheden die een economische waarde vertegenwoordigen. De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, stellende dat zij haar inlichtingenplicht had geschonden door deze werkzaamheden niet op te geven en dat het UWV de inkomsten schattenderwijs mocht vaststellen.
In hoger beroep stelde appellante dat haar werkzaamheden therapeutisch van aard waren en dat haar medische situatie niet juist was meegewogen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de medische gegevens niet uitsluiten dat zij de werkzaamheden heeft verricht en dat de werkzaamheden een economische waarde vertegenwoordigen, zoals blijkt uit onder meer een verkoopovereenkomst en een rapport van het UWV.
De Raad verwierp ook het bezwaar dat het UWV onvoldoende zorgvuldig onderzoek had gedaan en bevestigde dat appellante de inlichtingenplicht had geschonden. Tevens wees de Raad op een eerdere strafrechtelijke veroordeling van appellante wegens het niet verstrekken van gegevens aan het UWV. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de WAO-uitkering wegens schending van de inlichtingenplicht en het verrichten van economische waarde hebbende werkzaamheden.