ECLI:NL:CRVB:2010:BO8958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- H.J. Simon
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Wajong-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Wajong-uitkering per 19 januari 2009 in te trekken wegens een afgenomen mate van arbeidsongeschiktheid tot minder dan 25%. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling van het UWV zorgvuldig en toereikend was, en dat de functies die aan appellante waren toegerekend medisch passend waren.
In hoger beroep herhaalde appellante haar eerdere standpunten zonder nieuwe argumenten aan te voeren. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank en benadrukte dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid op de specifieke datum een zelfstandige beoordeling is, waarbij eerdere beoordelingen niet relevant zijn.
De Raad onderschreef de deskundigheid van de UWV-artsen, ook op het gebied van ME/CVS, en constateerde dat appellante geen nieuwe medische gegevens had overgelegd die een hogere mate van beperkingen zouden aantonen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de Wajong-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid is afgenomen tot onder 25%.