ECLI:NL:CRVB:2010:BO8951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- H.J. Simon
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidskundige grondslag herziening WAO-uitkering
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen twee uitspraken van de rechtbank Utrecht die de herziening van haar WAO-uitkering betreffen. De rechtbank had de beroepen gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd, maar de rechtsgevolgen van deze besluiten in stand gelaten. De kern van het geschil betrof de arbeidskundige grondslag waarop de herziening was gebaseerd.
In hoger beroep stond de beoordeling van de passendheid van de functies waarop de resterende verdiencapaciteit was gebaseerd centraal. Appellante stelde dat de functies niet passend waren, onderbouwd met rapporten van haar arbeidsdeskundige. Het UWV voerde aan dat de bezwaararbeidsdeskundigen voldoende hadden gemotiveerd waarom de functies passend waren.
De Raad heeft de rapporten van de bezwaararbeidsdeskundigen Van Wijk en Gulmans bestudeerd en onderschrijft hun conclusies dat de functies productiemedewerker industrie, productiemedewerker textiel, inpakker en huishoudelijk medewerker binnen de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) passen bij de belastbaarheid van appellante. De Raad ziet geen reden om aan deze conclusies te twijfelen en bevestigt daarom de aangevallen uitspraken van de rechtbank.
Tot slot heeft de Raad geen aanleiding gezien om appellante te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 december 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken en oordeelt dat de arbeidskundige grondslag van de herziening van de WAO-uitkering toereikend is.