ECLI:NL:CRVB:2010:BO8578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- H.G. Rottier
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van ongewijzigde voortzetting WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn medische belastbaarheid onjuist was vastgesteld door het UWV en dat het tweede bestreden besluit als een herhaling van het eerste moest worden beschouwd. De Raad overwoog dat het UWV de WAO-uitkering correct had heropend en gehandhaafd op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.
De medische rapporten van de bezwaarverzekeringsartsen Heijltjes en Tjen vormden de basis voor de besluiten. Heijltjes had appellant medisch onderzocht en relevante huisartsinformatie betrokken, waarbij geen aanwijzingen werden gevonden voor onzorgvuldigheid of onvolledigheid. De Raad vond geen reden om de vastgestelde medische beperkingen aan te passen, mede omdat appellant geen aanvullende medische gegevens had overgelegd.
De Raad oordeelde verder dat het tweede besluit niet slechts een herhaling was van het eerste, omdat het verschillende wettelijke grondslagen betrof (artikel 39a en 47b van de WAO). Gezien de arbeidskundige rapportages lagen de betrokken functies binnen de functionele mogelijkheden van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering terecht ongewijzigd is voortgezet na zorgvuldig medisch onderzoek.