ECLI:NL:CRVB:2010:BO8540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- H.G. Rottier
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, geboren in 1970, ontving een WAO-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering in per 21 december 2005 na een herbeoordeling. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende onderbouwing van de arbeidskundige schatting, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het advies van de door haar ingeschakelde deskundige gevolgd moest worden, terwijl het UWV een bezwaararbeidsdeskundige inschakelde die een functie ongeschikt achtte. De Raad liet zich adviseren door prof. Van den Bosch, die na onderzoek en kennisname van alle medische gegevens en reacties zijn advies gemotiveerd handhaafde.
De Raad hechtte doorslaggevende betekenis aan het advies van Van den Bosch, die zich kon vinden in de psychische beperkingen zoals weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De Raad achtte de drie aan de schatting ten grondslag liggende functies geschikt, waaronder telefonist/receptionist ondanks mentale belasting.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en vond geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Daarmee blijft de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering van appellante.