ECLI:NL:CRVB:2010:BO8526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- H.G. Rottier
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens juiste vaststelling beperkingen en geschikte functies
Betrokkene viel in 2004 uit na een kaakoperatie met zenuwbeschadiging en heeft daarnaast knie-, rug- en psychische klachten. Hij vroeg een WIA-uitkering aan, maar het UWV stelde op basis van een medisch onderzoek en arbeidsdeskundig rapport dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op uitkering bestond.
Betrokkene maakte bezwaar en voerde aan dat zijn klachten niet juist waren vastgesteld, met name dat er ten onrechte geen beperking op spreken was opgenomen. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde het oorspronkelijke oordeel. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende medische motivering en gaf opdracht tot een nieuw besluit.
In hoger beroep stelde het UWV dat het onderzoek zorgvuldig was en erkende een beperking voor het spraakprobleem, maar stelde dat dit geen overschrijding van de functies veroorzaakte. De Raad vond de medische rapporten duidelijk en voldoende gemotiveerd en concludeerde dat de beperkingen juist waren vastgesteld en de functies geschikt.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten en griffierecht aan betrokkene.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het UWV hoeft geen WIA-uitkering toe te kennen.