ECLI:NL:CRVB:2010:BO7990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WIA-uitkering door het UWV, nadat zij zich ziek meldde met darm- en gewrichtsklachten. Het medisch onderzoek, uitgevoerd door bezwaarverzekeringsarts Hovy, concludeerde dat de klachten samenhangen met eerdere aandoeningen, maar dat de belastbaarheid na mei 2006 niet verder was verminderd. De arbeidsdeskundige berekende een verlies aan verdiencapaciteit van ongeveer 19,48%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidskundige functies geschikt waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar fysieke en psychische klachten een verdere beperking rechtvaardigden en dat onvoldoende rekening was gehouden met het expertiserapport van psychiater Hertroijs.
De Raad overwoog dat het rapport van Hertroijs onvoldoende objectieve medische onderbouwing bevatte en dat de aanvullende stukken geen nieuwe medische gegevens bevatten die tot meer beperkingen zouden leiden. De Raad bevestigde dat het besluit op een voldoende medische en arbeidskundige grondslag berustte en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige of een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering aan appellante.