ECLI:NL:CRVB:2010:BO7466

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-2584 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak socialezekerheidsrecht

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak uit maart 2009, stellende dat er sprake zou zijn van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van jurisprudentie en nieuwe feiten en omstandigheden.

De Raad heeft het verzoek behandeld en overwogen dat een herziening alleen mogelijk is indien nieuwe feiten of omstandigheden worden aangetoond zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Uit het aanvullend verzoekschrift en het overgelegde stuk van Instituut Psychosofia bleek geen nieuw feit of omstandigheid die herziening zou rechtvaardigen.

De Raad concludeert daarom dat het verzoek om herziening niet kan worden ingewilligd en wijst dit af. Tevens is geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 december 2010.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

09/2584 ZW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 maart 2009 (07/4212 ZW),
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 15 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 25 maart 2009 (07/4212 ZW).
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van 17 november 2010. Verzoeker is verschenen bij gemachtigde mr. De Jonge. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. J. Hut.
II. OVERWEGINGEN
1. Verzoeker heeft verzocht om “herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden”. Verzoeker is van mening dat zijn aanspraken bij de bestreden uitspraak niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het aanvullend verzoekschrift van 3 juli 2009 en het daarbij overgelegde stuk van Instituut Psychosofia van 29 juni 2009.
2.1. De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoeker gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.2. De Raad acht echter noch in het aanvullend verzoekschrift, noch in het stuk van Instituut Psychosofia van 29 juni 2009 enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb gelegen. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en A.A.H. Schifferstein als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 december 2010.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) T.J. van der Torn.
EK