ECLI:NL:CRVB:2010:BO7274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet-medewerking huisbezoek en onduidelijke woonsituatie
Appellant diende op 26 juni 2007 een aanvraag om bijstand in. Vanwege twijfels over zijn woon- en leefsituatie voerde de gemeente Amsterdam een onderzoek uit, inclusief een huisbezoek op 14 augustus 2007. Appellant weigerde medewerking aan dit huisbezoek, wat leidde tot afwijzing van zijn aanvraag op 20 augustus 2007.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat er een redelijke grond was voor het huisbezoek en dat appellant geen dringende reden had om de medewerking te weigeren. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de woon- en leefsituatie essentieel is voor de beoordeling van het recht op bijstand.
Appellant stelde dat het huisbezoek niet onmiddellijk na het gesprek had mogen plaatsvinden en dat hij eerst toestemming van de hoofdbewoonster en overleg met zijn advocaat wilde. De Raad verwierp deze argumenten omdat deze niet tijdig waren ingebracht.
Verder oordeelt de Raad dat de aanvraag van 15 augustus 2007 niet als voortzetting van de eerdere aanvraag kan worden beschouwd en dat de ingangsdatum van de bijstand terecht is vastgesteld op 15 augustus 2007. Er is geen aanleiding voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen vanwege het niet verlenen van medewerking aan een huisbezoek en onduidelijkheden over de woon- en leefsituatie.