ECLI:NL:CRVB:2010:BO7264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering toeslag één-oudergezin wegens niet duurzaam gescheiden leven
Betrokkene ontving een toeslag voor een één-oudergezin over de periode van 1 maart 2007 tot en met 31 augustus 2007. Appellant stelde dat betrokkene niet voldeed aan de voorwaarden omdat zij niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot. De rechtbank oordeelde echter dat betrokkene feitelijk en duurzaam gescheiden leefde en vernietigde het besluit tot terugvordering.
In hoger beroep stelt appellant dat betrokkene onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij duurzaam gescheiden leefde en dat het dossier geen aanwijzingen bevat die het oordeel van de rechtbank ondersteunen. De Raad overweegt dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat partijen elk hun eigen leven leiden als ware zij niet gehuwd en dat deze toestand bestendig is bedoeld.
De Raad constateert dat betrokkene en haar echtgenoot vanaf 26 november 2007 tot in ieder geval 17 februari 2009 op hetzelfde adres stonden ingeschreven, en dat betrokkene onvoldoende heeft toegelicht waarom dit niet het geval zou zijn. Ook blijkt uit de feiten dat zij pas in februari 2010 wettig zijn gescheiden. Daarom oordeelt de Raad dat in de periode in geding geen duurzaam gescheiden leven bestond en verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van appellant, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten.
Uitkomst: De terugvordering van de toeslag één-oudergezin is terecht omdat betrokkene niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot in de periode in geding.