ECLI:NL:CRVB:2010:BO7230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep UWV en proceskostenveroordeling wegens overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage in een WAO-zaak. Het UWV heeft het hoger beroep ingetrokken nadat het een nieuwe beslissing op bezwaar had genomen die volledig tegemoet kwam aan betrokkene.
Betrokkene verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten die in hoger beroep zijn gemaakt, waaronder reiskosten en kosten voor rechtsbijstand. De Raad oordeelde dat het UWV deze kosten, begroot op € 666,50, moest vergoeden.
Daarnaast behandelde de Raad het verzoek van betrokkene om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De Raad constateerde dat de totale procedure meer dan vijf jaar en drie maanden duurde, waarbij de behandeling door de rechtbank en de Raad langer dan de redelijke termijn had geduurd.
De Raad besloot het onderzoek te heropenen om nader te beslissen over de schadevergoeding en merkte de Staat der Nederlanden aan als partij in die procedure. De uitspraak werd gedaan door rechter C.P.J. Goorden op 8 december 2010.
Uitkomst: Het UWV werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en het onderzoek werd heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.