ECLI:NL:CRVB:2010:BO7199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over vaststelling WIA-dagloon en vakantietoeslag
Appellant stelde dat bij de vaststelling van het WIA-dagloon een nabetaling van vakantietoeslag van €561,98 moest worden meegenomen. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard omdat niet was aangetoond dat het loon hoger was dan door de werkgever opgegeven en dat de vakantietoeslag niet voldeed aan het criterium van vorderbaarheid in het refertejaar.
In hoger beroep heeft appellant deze gronden herhaald en gewezen op een brief van de werkgever waarin de nabetaling werd erkend en voldaan. De Raad overweegt dat de rechtbank de gronden afdoende heeft besproken en onderschrijft haar oordeel. De Raad stelt vast dat appellant niet heeft aangetoond dat de vakantietoeslag betrekking had op het refertejaar en dat deze vorderbaar maar niet inbaar was in die periode.
Daarom slaagt het hoger beroep niet en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.