ECLI:NL:CRVB:2010:BO7186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig administratief medewerkster, kreeg sinds 1998 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Het UWV trok deze uitkering per 29 oktober 2006 in, omdat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard door de rechtbank Arnhem.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar pijnklachten en psychische beperkingen, en dat de belasting van haar functies de vastgestelde belastbaarheid overschreed. De Raad schakelde een onafhankelijke psychiater in, die concludeerde dat er geen ernstige stoornis was in de tweede helft van 2006 en dat het belastbaarheidspatroon in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat was.
De Raad oordeelde dat het oordeel van deze deskundige doorslaggevend is en dat de functies passend zijn binnen de vastgestelde belastbaarheid. De latere toekenning van een volledige WAO-uitkering per 10 april 2007 werd verklaard door toegenomen klachten na de datum in geding en heeft geen invloed op de beoordeling van de situatie per 29 oktober 2006.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 29 oktober 2006 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.