ECLI:NL:CRVB:2010:BO6963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Kostenveroordeling bij intrekking hoger beroep na tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam betreffende besluiten van het UWV. Tijdens de procedure verklaarde het UWV het primaire besluit en het besluit op bezwaar niet langer te handhaven, waarna appellante het hoger beroep introk voor het deel dat betrekking had op het bezwaarbesluit.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet bij intrekking wegens tegemoetkoming het bestuursorgaan op verzoek van de indiener in de kosten kan worden veroordeeld. Omdat het UWV niet betwistte dat aan appellante was tegemoetgekomen, veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de kosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep.
De kosten werden begroot op in totaal €1.288,--, bestaande uit €322,-- in bezwaar, €322,-- in beroep en €644,-- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 november 2010.
Uitkomst: UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.288 aan appellante wegens gemaakte proceskosten na intrekking hoger beroep.