ECLI:NL:CRVB:2010:BO6153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens niet meer ongeschikt voor arbeid
Appellant, voormalig brandweerman, werd sinds medio 2002 wegens maag- en slokdarmklachten arbeidsongeschikt verklaard. Na afloop van de wachttijd in 2003 werd hem geen WAO-uitkering toegekend omdat hij in staat werd geacht functies te vervullen die niet als arbeidsongeschikt werden beschouwd.
In december 2007 meldde appellant zich ziek vanuit een WW-uitkering en ontving ziekengeld. Het UWV besloot in april 2008 dat appellant geen recht meer had op ziekengeld omdat hij niet langer ongeschikt was voor zijn arbeid. Dit besluit werd in juni 2008 bevestigd na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het rapport van de bezwaarverzekeringsarts Blanker van juni 2008 zwaar liet wegen. Deze arts had alle relevante functies uit 2003 bekeken, met speciale aandacht voor de functie elektronica monteur, die laag belastend is op energetisch, pulmonaal en psychisch gebied.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en stelde vast dat de geselecteerde functies terecht als maatstaf arbeid zijn aangemerkt. Hoewel appellant na 2003 nog een poging tot werkhervatting deed, was dit niet succesvol en leverde het geen reële arbeidsprestatie op. De medische beoordeling toonde aan dat de klachten niet leidden tot ernstige afwijkingen en dat met de beperkingen voldoende rekening was gehouden.
De Raad zag geen reden om af te wijken van de eerdere conclusies en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Tevens werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld omdat hij niet langer ongeschikt is voor zijn arbeid.