ECLI:NL:CRVB:2010:BO6149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziekengeld na geschiktheid voor arbeid volgens Wet WIA
Appellant meldde zich ziek met schouderklachten en overspannenheid en ontving aanvankelijk een WW-uitkering. Na een medische beoordeling door verzekeringsartsen werd vastgesteld dat appellant per 13 maart 2008 geschikt was voor arbeid binnen de maatstaf van de Wet WIA, waardoor het recht op Ziekengeld werd beëindigd.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV, stellende dat de verklaring van zijn huisarts over depressiviteit onvoldoende werd meegewogen en dat het onderzoek niet zorgvuldig was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de conclusie over geschiktheid kon worden gedragen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat de maatstaf arbeid juist was toegepast en dat de verklaring van de huisarts niet leidde tot een ander oordeel. Ook het ontbreken van een hersteldatum in het primaire besluit was niet schadelijk voor appellant.
De Raad concludeerde dat appellant vanaf 13 maart 2008 geschikt was voor arbeid en dat het recht op ziekengeld daarom eindigde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 13 maart 2008.