ECLI:NL:CRVB:2010:BO4723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering kwijtschelding restantschuld en vaststelling aflossingscapaciteit WAO
Betrokkene maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin de kwijtschelding van een restantschuld wegens teveel ontvangen WAO-uitkeringen werd geweigerd en de aflossingscapaciteit werd vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de weigering van kwijtschelding ongegrond, maar vernietigde het besluit voor zover het de aflossingscapaciteit betrof.
In hoger beroep stelde het UWV dat het niet verplicht was om de Recofa-rekenmethode integraal toe te passen bij de berekening van de beslagvrije voet, terwijl betrokkene zich achter het oordeel van de rechtbank schaarde. De Raad oordeelde dat de Recofa-methode bedoeld is voor schuldsanering en niet verplicht is in situaties buiten schuldsanering, zoals in deze zaak.
De Raad bevestigde dat betrokkene niet gelijkgesteld kan worden aan schuldenaren in een schuldsaneringsregeling, zodat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden. Het besluit van 31 maart 2009, waarin de aflossingscapaciteit nader werd vastgesteld zonder rekening te houden met een reserveringstoeslag, werd als terecht beoordeeld.
Het beroep tegen dit besluit werd ongegrond verklaard en de eerdere vernietiging van het besluit over de aflossingscapaciteit bleef in stand. De Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 31 maart 2009 is ongegrond verklaard en de eerdere vernietiging van het besluit over de aflossingscapaciteit bevestigd.