ECLI:NL:CRVB:2010:BO3552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en herziening bijstand wegens gezamenlijke huishouding en drugsgebruik
Appellanten ontvingen bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB). Na een melding dat zij samenwoonden, stelde de gemeente Heerlen een onderzoek in waarbij onder meer een politiehuiszoeking plaatsvond. Hieruit bleek dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden en dat er drugsgebruik plaatsvond, gefinancierd zonder melding aan het College.
Het College herzag de bijstand over de periode 1 januari tot en met 31 mei 2007 naar de norm voor gehuwden en trok de bijstand per 1 juni 2007 in. Tevens werden bedragen teruggevorderd. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Raad bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat appellanten hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en zorg droegen voor elkaar, mede bevestigd door verklaringen van appellante en bevindingen tijdens de huiszoeking. Het drugsgebruik werd geschat op circa € 1.600 per maand, wat niet kon worden gefinancierd uit de bijstand zonder andere middelen. Appellanten voldeden niet aan hun inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad wijst de beroepen af en bevestigt de herziening, intrekking en terugvordering van de bijstand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en intrekking van de bijstand en wijst het hoger beroep van appellanten af.