ECLI:NL:CRVB:2010:BO2494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering wegens onterecht bezit OV-studentenkaart bevestigd na herzieningsbeleid
Betrokkene ontving studiefinanciering inclusief een OV-studentenkaart op basis van een wijzigingsformulier waarin zij een opleiding aan de Hanzehogeschool Groningen had opgegeven. Later stelde appellant vast dat betrokkene geen recht had op studiefinanciering vanaf 1 september 2008, waardoor een schuld van €544 ontstond wegens onterecht kaartbezit.
De rechtbank had het bezwaar van betrokkene gegrond verklaard en het besluit van appellant vernietigd, omdat het vertrouwen op de medewerkster van het servicekantoor en de gezamenlijke invulling van het wijzigingsformulier zwaar woog. De Raad volgt deze redenering niet en oordeelt dat het advies van de medewerkster niet onjuist was, aangezien de opleidingsgegevens door betrokkene zelf waren verstrekt.
De Raad stelt dat betrokkene na ontvangst van het bericht van 22 augustus 2008 bezwaar had moeten maken tegen de onjuiste opleidingsgegevens. Er is geen sprake van meerdere fouten of bijzondere omstandigheden die afwijken van het herzieningsbeleid rechtvaardigen. Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De vordering wegens onterecht bezit van de OV-studentenkaart van €544 wordt gehandhaafd en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.