ECLI:NL:CRVB:2010:BO1554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting en terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
In deze zaak staat de korting op en terugvordering van de WAO-uitkering van appellant centraal, vanwege inkomsten uit arbeid in de periode 1 januari 1999 tot en met 7 mei 1999. Het geschil spitst zich toe op de hoogte van de feitelijke verdiensten bij werkgever 3 in die periode. De rechtbank ging uit van een bruto maandinkomen van f 2.009,03, terwijl appellant een lager bedrag aanvoerde. De Raad volgt het standpunt van de rechtbank en het Uwv dat het uitgangspunt van f 2.009,03 bruto per maand gerechtvaardigd is, mede gelet op de administratieve situatie bij werkgever 3 en het feit dat niet aannemelijk is dat appellant recht had op hogere bedragen.
De Raad bevestigt daarmee het oordeel dat appellant onverschuldigd te veel WAO-uitkering heeft ontvangen en dat het terugvorderingsbesluit van het Uwv in de oorspronkelijke vorm niet in stand kan blijven. Daarnaast is vastgesteld dat de totale procedure ruim acht jaar heeft geduurd, waarbij de overschrijding van de redelijke termijn geheel voor rekening van het Uwv komt, behalve een korte periode van talmen door appellant.
Op grond van de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kent de Raad appellant een schadevergoeding toe van €4.500 wegens de overschrijding van de redelijke termijn. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Arnhem wordt bevestigd en het Uwv wordt veroordeeld tot betaling van deze schadevergoeding.
Uitkomst: De Raad bevestigt de korting en terugvordering van de WAO-uitkering en veroordeelt het Uwv tot betaling van € 4.500 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.