ECLI:NL:CRVB:2010:BO1552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling mate van arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om herziening van zijn WAO-uitkering en stelde dat hij meer beperkingen had dan het UWV aannam. De rechtbank had eerder een deel van het bezwaar gegrond verklaard en het UWV verplicht om de uitkering te herzien naar 35-45% arbeidsongeschiktheid, maar liet de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit grotendeels in stand.
Het UWV nam een nieuw besluit waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 65 tot 80%, gebaseerd op een rapport van een bezwaararbeidsdeskundige. De Centrale Raad van Beroep vernietigde de eerdere uitspraak voor zover deze de rechtsgevolgen van het eerste besluit in stand liet en verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
De Raad overwoog dat de medische rapporten en functionele mogelijkhedenlijst voldoende rekening hielden met de beperkingen van appellant, waaronder psychische klachten en beperkingen in contact met anderen. Er was geen strijd met het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel. Tevens werd appellant een vergoeding van proceskosten en griffierecht toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep tegen het tweede besluit van het UWV ongegrond en bevestigt de vaststelling van 65 tot 80% arbeidsongeschiktheid.