ECLI:NL:CRVB:2010:BO1340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand volgens de norm voor een alleenstaande over de periode van 1 juni 2003 tot 1 juni 2005. Naar aanleiding van een tip startte de sociale recherche een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij werd vastgesteld dat appellante en [L.] een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden aan het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Reiderland.
De Raad concludeerde dat appellante en [L.] hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en wederzijdse zorg verleenden, ondanks problematiek door drugsgebruik. Appellante kon haar verklaring over de woon- en leefsituatie voldoende onderbouwen. Door het niet melden van de gezamenlijke huishouding schond appellante haar inlichtingenverplichting, waardoor zij ten onrechte bijstand ontving volgens de alleenstaande norm.
Het College was bevoegd de bijstand over bepaalde perioden in te trekken en terug te vorderen, en de bijstand over latere perioden te herzien naar de gehuwdennorm. Appellante voerde aan dat ook eerdere perioden herzien hadden moeten worden, maar de Raad wees dit af wegens gebrek aan verzoek en onderzoeksplicht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.