ECLI:NL:CRVB:2010:BO1055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering persoonsgebonden budget hulp bij huishouding wegens onzorgvuldige motivering
Appellante, met diverse aandoeningen die haar mobiliteit en zelfzorg beperken, vroeg een persoonsgebonden budget (PGB) voor hulp bij het huishouden aan. Het College van Burgemeester en Wethouders van Oss wees dit af omdat haar echtgenoot geacht werd het huishoudelijk werk te kunnen verrichten, ondanks dat hij persoonlijke verzorging via een AWBZ-PGB verleende en een eigen bedrijf wilde starten.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat de echtgenoot naast zijn werkzaamheden de huishoudelijke taken kon overnemen en dat geen toezegging was gedaan voor het PGB. In hoger beroep stelde appellante dat het College onvoldoende had onderzocht of haar echtgenoot de huishoudelijke taken kon combineren met zijn activiteiten, en dat het beleid omtrent gebruikelijke zorg niet strookte met de Verordening.
De Raad oordeelde dat het College zonder onderzoek naar de individuele omstandigheden van de echtgenoot niet had mogen concluderen dat hij verplicht was gebruikelijke zorg te bieden. Het beleid dat het AWBZ-PGB voor persoonlijke verzorging moest worden ingezet voor huishoudelijke hulp, werd buiten toepassing gelaten omdat dit niet verenigbaar was met de Verordening. Het besluit was onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd, waardoor het beroep gegrond werd verklaard en het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De Raad vond geen aanleiding voor proceskostenveroordeling vanwege de nauwe familierelatie tussen appellante en haar vertegenwoordiger. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 september 2010.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden wordt vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding en ondeugdelijke motivering.