ECLI:NL:CRVB:2010:BO0556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens overschrijding vermogensgrens en huurinkomsten
Appellant ontving vanaf november 2006 bijstand, maar een onderzoek van de gemeente Rotterdam toonde aan dat hij naast zijn eigen woning zes panden bezat met een totale waarde van ruim €260.000 en huurinkomsten van ruim €27.000 per jaar. Hierdoor overschreed hij de vermogens- en inkomensgrenzen voor bijstand.
Het College introk de bijstand over de periode van november 2006 tot maart 2009 en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Raad stelde vast dat het College onterecht had gemotiveerd dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld vanwege schending van de inlichtingenplicht.
De Raad vernietigde het besluit tot intrekking van de bijstand, handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit en oordeelde dat het College bevoegd was tot terugvordering. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.