ECLI:NL:CRVB:2010:BO0323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen niet tijdig beslissen bij aanvraag bijstand gegrond verklaard
Appellante diende op 4 mei 2007 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Het dagelijks bestuur stelde dat zij haar feitelijk woonverblijf nog niet had gewijzigd, waardoor de beslistermijn werd opgeschort tot uiterlijk 2 juni 2007. Appellante maakte bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing, waarna het dagelijks bestuur alsnog op 17 juli 2007 een reële beslissing nam.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en oordeelde dat de beslistermijn door opschorting was verlengd tot 24 juli 2007, zodat het dagelijks bestuur tijdig had beslist. In hoger beroep betwistte appellante deze uitspraak en stelde dat de opschorting onterecht was toegepast.
De Raad oordeelde dat de opschorting slechts gold van 8 tot 11 mei 2007, omdat de brief van het dagelijks bestuur niet zag op het aanleveren van ontbrekende gegevens maar op een feitelijke handeling (verhuizing). Hierdoor was de beslistermijn bij indiening van het bezwaar al verstreken. Het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen is daarom gegrond. Het dagelijks bestuur is veroordeeld tot vergoeding van de kosten van bezwaar en proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit is gegrond verklaard en het dagelijks bestuur is veroordeeld tot kostenvergoeding.