ECLI:NL:CRVB:2010:BO0304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing langdurigheidstoeslag wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante diende medio maart 2007 een aanvraag in voor een langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag bij besluit van 9 mei 2007 af en verklaarde het bezwaar ongegrond op 17 september 2007, omdat appellante verzuimd zou hebben juiste inlichtingen te verstrekken over de verblijfsstatus van haar partner. Hierdoor ontving zij gedurende ongeveer vijf maanden bijstand naar de gehuwdennorm terwijl zij slechts recht had op bijstand voor een alleenstaande ouder. Hoewel appellante het te veel ontvangen bedrag van €1.098,22 had terugbetaald, handhaafde het College de afwijzing.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die oordeelde dat artikel 36, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB een feitelijke norm stelt voor het recht op langdurigheidstoeslag, namelijk de hoogte van het feitelijk genoten inkomen gedurende een ononderbroken periode van 60 maanden. De Raad stelde vast dat appellante gedurende de referteperiode uitsluitend bijstand als inkomen had ontvangen en dat de bijstand binnen die periode was herzien en teruggevorderd.
De Raad oordeelde dat de schending van de inlichtingenverplichting en het tijdelijk te hoog ontvangen inkomen niet mogen leiden tot het weigeren van de langdurigheidstoeslag, omdat de wet geen verwijtbaarheid als criterium noemt. Het beleid van het College dat terugbetaling niets afdoet aan het ontbreken van recht op toeslag, is in strijd met de wet. Daarom werd het besluit van 17 september 2007 vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het College opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het College tot afwijzing van de langdurigheidstoeslag wordt vernietigd en het beroep van appellante wordt gegrond verklaard.