ECLI:NL:CRVB:2010:BO0182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- M.C. Bruning
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid ambtenaar voor Commissie Bezwaar en Klachten werkzaamheden
Appellant, sinds 1991 ambtenaar en sinds 2002 vertegenwoordiger bij de Commissie voor Bezwaar en Klachten (CBK), kreeg in 2006 te horen dat hij geen CBK-werkzaamheden meer mocht verrichten vanwege onjuiste advisering. Het college verklaarde het bezwaar van appellant eerst niet-ontvankelijk, maar de rechtbank vernietigde dit besluit en gaf opdracht tot een nieuwe beslissing.
Het college handhaafde vervolgens het besluit, maar de rechtbank vernietigde het opnieuw wegens onvoldoende bewijs van ongeschiktheid. Bij de derde beslissing handhaafde het college wederom het besluit, waarop appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het college terecht meerdere beslissingen op bezwaar kon nemen en dat het motiveringsgebrek in het tweede besluit terecht door de rechtbank was vastgesteld. De Raad vond dat onvoldoende concrete feiten waren aangedragen om de ongeschiktheid van appellant aannemelijk te maken, waardoor het beroep tegen het derde besluit gegrond is en dat besluit vernietigd moet worden.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en veroordeelde het college tot betaling van de proceskosten van appellant. Het college wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om appellant geen CBK-werkzaamheden meer te laten verrichten is gegrond verklaard en het besluit wordt vernietigd.