ECLI:NL:CRVB:2010:BN8723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- H. Bolt
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over winstverdeling en terugvordering WAO-uitkering jaren 1999 en 2000
Appellant ontvangt sinds 1993 een WAO-uitkering en werd onderzocht door het UWV wegens niet opgegeven inkomsten uit een vennootschap onder firma (vof). Het UWV rekende aanvankelijk de volledige winst toe aan appellant, maar wijzigde dit later naar een fiscale winstverdeling van 65% voor appellant en 35% voor zijn echtgenote voor de jaren 2001 tot en met 2005.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, maar in hoger beroep betoogde appellant dat de winstverdeling gelijkwaardig (50%-50%) moest zijn, zoals ook door getuigen werd ondersteund. De Raad stelt dat het UWV in principe mag uitgaan van de fiscale winstverdeling, tenzij sprake is van een kennelijke misslag of duidelijke afwijking van de feitelijke arbeidsinbreng.
De Raad oordeelt dat het UWV terecht uitging van de fiscale verdeling voor 2001-2005, maar onvoldoende heeft gemotiveerd waarom voor 1999 en 2000 werd afgeweken van de fiscale 50%-50% verdeling. Daarom vernietigt de Raad het besluit voor die jaren en de terugvordering, en beveelt een nieuw besluit door het UWV. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV over de winstverdeling en terugvordering voor 1999 en 2000 wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.