ECLI:NL:CRVB:2010:BN7843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- H.J. de Mooij
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake opschorting en intrekking bijstandsuitkering wegens processueel belang
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Utrecht schortte bij besluit van 4 mei 2007 de bijstand op omdat betrokkene niet voldeed aan een verzoek om sollicitatiebewijzen. Vervolgens trok het College bij besluit van 10 mei 2007 de bijstand in wegens het niet verstrekken van deze bewijsstukken.
Betrokkene maakte bezwaar tegen het opschortingsbesluit van 4 mei 2007, maar niet tegen het intrekkingsbesluit van 10 mei 2007. Het College handhaafde het opschortingsbesluit bij besluit op bezwaar van 20 november 2007. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen dit besluit niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van processueel belang, omdat het intrekkingsbesluit toen in rechte onaantastbaar was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat ten tijde van het besluit op bezwaar het intrekkingsbesluit nog niet onaantastbaar was omdat betrokkene niet tijdig bezwaar had gemaakt. Daardoor had betrokkene nog wel processueel belang bij beoordeling van het opschortingsbesluit. De rechtbank heeft dit ten onrechte niet erkend. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het besluit op bezwaar niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van processueel belang.