ECLI:NL:CRVB:2010:BN7314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid
Appellant ontving sinds 1992 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een melding van mogelijke fraude startte het Uwv een onderzoek, waaruit bleek dat appellant sinds 1999 werkzaamheden verrichtte voor zijn BV en dochterondernemingen in Portugal, naast het opgegeven lichte administratieve werk.
Het Uwv besloot daarom de WAO-uitkering met ingang van 1 januari 1999 in te trekken en het onverschuldigd betaalde bedrag van €145.461,25 terug te vorderen. Appellant voerde aan dat hij slechts lichte administratieve werkzaamheden verrichtte en geen substantieel inkomen uit arbeid had, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende openheid van zaken gaf over zijn werkzaamheden en inkomsten, en dat het Uwv terecht het inkomen schatte op basis van fiscale gegevens en het frauderapport. De rechtbank had de intrekking en terugvordering reeds bevestigd, en de Raad bevestigt dit oordeel. Er zijn geen dringende redenen voor kwijtschelding van de terugvordering aangetoond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en de terugvordering van €145.461,25 wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid vanaf 1 januari 1999.