ECLI:NL:CRVB:2010:BN6374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en verrekening bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Betrokkene ontving een bijstandsuitkering, die door de gemeente Nijmegen werd onderzocht na een anonieme tip over samenwoning met zijn ex-echtgenote en bezit van onroerend goed in Turkije. Uit het onderzoek bleek dat betrokkene van 23 januari 2004 tot 30 juni 2006 een gezamenlijke huishouding voerde met zijn ex-echtgenote, wat leidde tot intrekking van de bijstand over die periode.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat betrokkene ook over de periode van 1 juli tot 13 juli 2006 geen recht had op bijstand als alleenstaande, omdat hij zijn hoofdverblijf bij zijn ex-echtgenote had en zijn inlichtingenverplichting had geschonden. Voor de periode vanaf 13 juli 2006 tot 13 september 2006 werd de intrekking niet gehandhaafd vanwege onvoldoende bewijs van gewijzigde woonsituatie.
Daarnaast werd de verrekening van onterecht ingehouden bedragen over de periode februari 2007 tot februari 2008 bevestigd. De Raad stelde vast dat betrokkene vanaf maart 2008 kon beschikken over bijstand tot ten minste het bedrag van de beslagvrije voet. De Raad vernietigde het eerdere vonnis voor zover dat het besluit van 4 augustus 2008 geheel vernietigde en het besluit van 2 oktober 2006 herroept, en herzag deze besluiten in lijn met zijn oordeel.
Tot slot veroordeelde de Raad het College van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand over 1 tot 13 juli 2006 wordt gehandhaafd en de verrekening van onterecht ingehouden bedragen wordt bevestigd.