ECLI:NL:CRVB:2010:BN6012
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Afwijzing arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant heeft sinds 1995 een uitkeringssituatie op grond van de Werkloosheidswet en heeft in 1996 een voorlopige WAO-uitkering ontvangen. Deze uitkering werd geschorst en uiteindelijk beëindigd vanwege het niet verschijnen bij keuringen en het ontbreken van een bekend verblijfadres.
In 2008 wees het UWV de aanvraag van appellant om een arbeidsongeschiktheidsuitkering af, omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd bevonden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij geen besluit had ontvangen over de schorsing en beëindiging van de uitkering, dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat het UWV niet meerdere einde wachttijd besluiten had mogen nemen.
De Raad oordeelde dat de voorlopige uitkering in 1996 terecht was geschorst vanwege het niet verschijnen bij keuringen en dat het besluit van 2008 het eerste einde wachttijd besluit was. Het medisch en arbeidskundig onderzoek werd als zorgvuldig beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en een zorgvuldig onderzoek.