ECLI:NL:CRVB:2010:BN3887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstandsuitkering wegens verblijf buitenland langer dan vier weken
Appellant verbleef van 25 juli 2005 tot 14 oktober 2005 in Marokko. Het College trok de bijstandsuitkering in over de periode van 23 augustus tot en met 14 oktober 2005 vanwege het verblijf in het buitenland langer dan vier weken, zoals bepaald in artikel 13 van Pro de WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtbank buiten de omvang van het geding was getreden door te oordelen over een andere grondslag dan het intrekkingsbesluit. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het College bij het besluit van 19 november 2007 had moeten beoordelen of er zeer dringende redenen waren om af te wijken van de hoofdregel.
Appellant voerde aan dat zijn medische situatie een zeer dringende reden vormde. Hij overlegde medische verklaringen waaruit rustperiodes van 30 tot 45 dagen bleken wegens depressieve klachten. De Raad vond deze gegevens onvoldoende om een acute noodsituatie aan te nemen en oordeelde dat appellant niet onvermogen had aangetoond om tijdig terug te keren.
De Raad vernietigde het besluit voor zover de bijstand werd ingetrokken over de genoemde periode, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde deel in stand. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant werd vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand over de periode van 23 augustus tot en met 14 oktober 2005 wordt vernietigd wegens nalaten beoordeling zeer dringende redenen.