ECLI:NL:CRVB:2010:BN2895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- M. Greebe
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toeslag met meer dan een jaar terugwerkende kracht op grond van de Toeslagenwet
Appellant, die sinds 1991 een WAO-uitkering ontvangt, vroeg in november 2006 voor het eerst een toeslag aan op grond van de Toeslagenwet (TW). Het UWV kende aanvankelijk een toeslag toe met ingang van 14 juli 2007, maar corrigeerde dit later tot 27 november 2005. Appellant verzocht vervolgens om een toeslag met meer dan één jaar terugwerkende kracht, wat door het UWV werd afgewezen omdat geen sprake was van een bijzondere situatie zoals bedoeld in artikel 11, zevende lid, TW.
De rechtbank oordeelde dat appellant recht had op wettelijke rente over de terugwerkende betaling, maar verwierp verder zijn beroep. In hoger beroep stelde appellant dat hij in 1995 onjuist was voorgelicht door de rechtsvoorganger van het UWV en dat het UWV hem ook daarna niet op zijn rechten had gewezen, waardoor hij niet eerder een aanvraag kon indienen.
De Raad stelde vast dat appellant pas in november 2006 een aanvraag indiende en dat er geen bewijs was van eerdere aanvragen. De enkele niet-uitnodiging tot aanvraag in 1995 door een medewerker van het UWV was onvoldoende om te spreken van onjuiste voorlichting of een bijzondere situatie. De Raad volgde daarmee de rechtbank en bevestigde dat het recht op toeslag niet eerder dan 27 november 2005 kon ingaan.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.