ECLI:NL:CRVB:2010:BN2887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige beoordeling arbeidsmogelijkheden
Appellante ontving sinds 1994 een WAO-uitkering, laatstelijk gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV trok deze uitkering per 6 augustus 2008 in, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellante in staat was de voorgestelde functies te verrichten, waaronder assistent consultatiebureau.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar functionele mogelijkheden onjuist waren vastgesteld en dat zij niet in staat was eenvoudige cursussen te volgen, waardoor de functie assistent consultatiebureau niet passend zou zijn. Zij overlegde medische brieven ter onderbouwing. De bezwaarverzekeringsarts reageerde op deze informatie en concludeerde dat er onvoldoende aanwijzingen waren voor meer beperkingen dan eerder aangenomen.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe gronden bevatte die aanleiding geven tot een ander oordeel dan de rechtbank. De medische rapporten waren reeds beoordeeld en de reactie van de bezwaarverzekeringsarts was adequaat. Er was geen medische reden om te concluderen dat appellante de geduide functies niet kan vervullen. De Raad wees erop dat voorbeeldfuncties vrij zijn en appellante naar andere functies kan solliciteren.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante in staat is de geduide functies te verrichten.