ECLI:NL:CRVB:2010:BN2721
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking WWIK-uitkering onterecht wegens onjuiste inkomenseis toepassing
Appellant, een professioneel fotograaf, ontving een WWIK-uitkering die door het College werd ingetrokken wegens het niet voldoen aan de progressie-eis van minimaal €4.400 aan inkomsten uit werkzaamheden in de voorafgaande twaalf maanden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant op grond van overgangsrecht aanspraak maakt op een lagere inkomenseis van €2.800 en dat het basisstipendium, ondanks dat het voorschotmatig werd toegekend, moet worden aangemerkt als inkomen uit werkzaamheden. Hierdoor voldoet appellant ruimschoots aan de inkomenseis.
De Raad vernietigt het besluit van het College en het vonnis van de rechtbank, herroept het primaire besluit tot intrekking van de uitkering, en veroordeelt het College tot vergoeding van proceskosten en kosten van rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WWIK-uitkering wordt vernietigd en het College wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten.