ECLI:NL:CRVB:2010:BN2702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste wettelijke grondslag
Appellant had bijstand aangevraagd en ontvangen terwijl hij vanaf 23 oktober 2000 gedetineerd was, zonder dit te melden aan het College. Het College vorderde de bijstandskosten terug en trok de bijstand in op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het College niet bevoegd was tot intrekking en dat hem geen verwijt kon worden gemaakt van de schending van de inlichtingenplicht. De Raad oordeelde dat het College de bevoegdheid tot intrekking ontleent aan de Wet werk en bijstand (WWB) en dat het besluit op een onjuiste wettelijke grondslag berustte. Daarom vernietigde de Raad het besluit.
De Raad bevestigde echter dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden en dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven daarom in stand. Het College werd veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onjuiste wettelijke grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.