ECLI:NL:CRVB:2010:BN2671
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing eerdere ingangsdatum bijstandsuitkering wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg bijstand aan met ingang van 2 juni 2006, welke datum ook door het College als ingangsdatum werd vastgesteld. Appellant stelde dat de ingangsdatum op 18 maart 2005 moest worden vastgesteld, omdat hij toen al bijstandsbehoevend was en noodgedwongen op kosten van zijn ouders leefde.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het College, omdat eerst een besluit op de WW-aanvraag moest worden genomen alvorens de ingangsdatum van de bijstand kon worden vastgesteld. Het College stelde daarop opnieuw de ingangsdatum op 2 juni 2006, omdat appellant geen stukken over de WW-aanvraag had overgelegd en er geen bijzondere omstandigheden waren die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat volgens vaste rechtspraak bijstand in beginsel niet wordt verleend voor de datum van melding bij de CWI of indiening van de aanvraag. Van afwijking kan slechts sprake zijn bij bijzondere omstandigheden, welke in dit geval niet zijn aangetoond. De schuld aan de ouders met terugbetalingsverplichting wordt niet als voldoende concreet en reëel beschouwd om een eerdere ingangsdatum te rechtvaardigen.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de aangevallen uitspraak, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstandsuitkering blijft 2 juni 2006 wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden voor een eerdere datum.