ECLI:NL:CRVB:2010:BN2579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.F.A.M. Hoogenboom
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking bestuursrechter vanwege vermeende belangenverstrengeling
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen meerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam betreffende besluiten van het UWV. Tijdens de zitting van de Raad van 24 juni 2010 verzocht verzoeker om wraking van mr. Rottier, die de zaak behandelde, vanwege diens nevenfunctie als lid van de Raad van Toezicht van een onderwijsstichting.
Verzoeker stelde dat deze nevenfunctie belangenverstrengeling kan veroorzaken, omdat onderwijs- en re-integratievragen ook in zijn hoger beroepszaken aan de orde kunnen komen. Tevens voerde verzoeker aan dat de procedures niet transparant waren en twijfelde hij aan de vakbekwaamheid van de rechter.
De Raad overwoog dat de nevenfunctie van mr. Rottier in een ver verwijderd verband staat tot de belangen van verzoeker en dat geen concrete aanwijzingen zijn dat hierdoor de rechterlijke onpartijdigheid wordt geschaad. Ook achtte de Raad de overige wrakingsgronden onvoldoende om de onpartijdigheid in het geding te brengen.
De Raad concludeerde dat geen sprake is van schending van het recht op een eerlijk proces zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro en wees het wrakingsverzoek af. De beslissing werd uitgesproken op 22 juli 2010 door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van mr. Rottier wordt afgewezen wegens het ontbreken van schending van rechterlijke onpartijdigheid.