ECLI:NL:CRVB:2010:BN2566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) vanaf augustus 2004. Naar aanleiding van een anonieme tip dat zij mogelijk niet in de opgegeven woonplaats verbleef, verzocht het College haar bankafschriften over een jaarperiode te overleggen. Appellante leverde deze niet volledig aan, waarop het College het recht op bijstand opschortte en haar een hersteltermijn gaf. Na het niet nakomen van deze termijn trok het College de bijstand met terugwerkende kracht in.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het College verklaarde deze ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarna appellante in hoger beroep ging. De Raad oordeelde dat appellante verwijtbaar tekort was geschoten in haar informatieplicht en dat het College terecht gebruik had gemaakt van haar bevoegdheid tot opschorting en intrekking van de bijstand.
De Raad wees verder het verzoek van appellante af om nader onderzoek te doen naar haar verblijfplaats, omdat het geschil zich beperkte tot de vraag of zij tijdig de gevraagde gegevens had verstrekt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstandsuitkering bevestigd.