ECLI:NL:CRVB:2010:BN2537
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.N.A. Bootsma
- E.V.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens onjuiste toepassing artikel 54 WWB
Appellant ontving bijstand en was vanaf mei 2006 oproepkracht werkzaam als chauffeur. Het College trok de bijstand per 1 juni 2006 in omdat de inkomsten hoger waren dan de bijstandsnorm. Het College stelde dat appellant onvoldoende verantwoordelijkheid toonde door tijdens zijn oproepcontract op vakantie te gaan, waardoor zijn inkomsten in juli 2006 lager waren en hij aanvullende bijstand moest aanvragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn baan als oproepkracht geen vaste uren garandeerde en dat hij zich aan zijn verplichtingen had gehouden. De Raad oordeelde dat het College artikel 54 lid 3 sub b WWB Pro ten onrechte had toegepast om de bijstand in te trekken wegens verwijtbaar gedrag, terwijl artikel 18 lid 2 WWB Pro de juiste regeling is voor het verlagen van bijstand bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
De Raad vernietigde het besluit tot intrekking van de bijstand vanaf 9 juli 2006 en het terugvorderingsbesluit, en bepaalde dat het College een nieuw besluit moet nemen. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand vanaf 9 juli 2006 wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen.