ECLI:NL:CRVB:2010:BN2519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- J.N.A. Bootsma
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag woonkostentoeslag wegens onvoldoende verkoop woning
Appellante had een woning die zij sinds 2001 te koop had staan en die zij in 2003 verkocht. Zij ontving vanaf november 2003 bijstand en een woonkostentoeslag onder de voorwaarde dat zij serieuze pogingen deed om haar woning tegen een reële prijs te verkopen. In 2006 werd haar aanvraag voor verlenging van de woonkostentoeslag afgewezen omdat zij onvoldoende voortgang boekte met de verkoop.
De Raad overwoog dat de vraagprijs van de woning aanzienlijk hoger was dan de getaxeerde waarde, waardoor het College mocht aannemen dat er geen redelijke verkoopkansen waren. Een later bod en de executoriale verkoop in 2007 deden hieraan niet af. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat eerdere toekenningen geen onvoorwaardelijke toezeggingen inhielden.
De Raad concludeerde dat de woonlasten ten tijde van de aanvraag niet meer tot de noodzakelijke kosten van het bestaan behoorden en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor woonkostentoeslag wordt afgewezen wegens onvoldoende voortgang in de verkoop van de woning en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.