ECLI:NL:CRVB:2010:BN2384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende beperkingen
Appellante ontving sinds 1997 een WAO-uitkering wegens knieklachten en arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok haar uitkering in 2005 op grond van medische en arbeidsdeskundige rapportages waarin werd geconcludeerd dat zij geschikt was voor kniesparende werkzaamheden zonder urenbeperking.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij verdergaand beperkt was, onder meer op psychisch vlak en in haar persoonlijk functioneren, en overhandigde aanvullende medische rapporten ter onderbouwing. De rechtbanken verklaarden haar beroepen ongegrond, stellende dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep benoemde de Raad een onafhankelijke deskundige die het standpunt van het UWV onderschreef. De Raad oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren om van deze deskundige af te wijken, ook niet vanwege het ontbreken van aanvullend onderzoek of contact met de behandelend orthopedisch chirurg.
De Raad concludeerde dat appellante op de relevante data geschikt was voor de voorgestelde functies en bevestigde de eerdere uitspraken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van aantoonbare beperkingen die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.