ECLI:NL:CRVB:2010:BN2359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op juiste medische grondslag
Appellante stelde in hoger beroep dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar psychische beperkingen, pijnklachten en vermoeidheid bij de herziening van haar WAO-uitkering. Zij voerde aan dat de menselijke maat bij de beoordeling was verloren gegaan en dat een uitkering gebaseerd op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid passend zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de medische rapporten van de behandelende cardioloog en de bezwaarverzekeringsarts geen aanleiding geven tot het oordeel dat het UWV-besluit onjuist is. De rechtbank had ook met juistheid geoordeeld over de geschiktheid van de functies die ten grondslag liggen aan de schatting van de arbeidsongeschiktheid.
De Raad stelde vast dat de bezwaren van appellante geen nieuwe gronden bevatten en dat het wettelijk kader waarin de schatting plaatsvindt de menselijke maat voldoende waarborgt. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Almelo wordt daarom bevestigd en de proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering naar 65-80% arbeidsongeschiktheid.